Het verhaal van het kleurtje goud en de vlinder.

Er was eens een schilder die een heleboel schildersspullen had. Kwasten (wel 1000), een ezel om zijn schildersdoeken op te zetten, een grote schilderskoffer om al zijn spullen in te doen en natuurlijk een heleboel verschillende kleurtjes verf.
Rood, roze, oranje, geel, groen, blauw, paars, violet, grijs, bruin, wit(wit, maar dat zie je hier niet), zwart en niet te vergeten goud. De schilder was heel zuinig op zijn gouden kleurtje. Het was namelijk een heel zeldzaam en ook duur kleurtje dat je niet zo gemakkelijk kon krijgen. De andere kleuren gebruikte de schilder heel veel, en ook gebruikte hij ze heel veel door elkaar.
Dan deed hij bijvoorbeeld
bruin en groen, of violet en rood door elkaar en dan kwamen er allerlei nieuwe kleuren uit, waar de schilder zich over verbaasde. Zo mooi waren ze.
Het kleurtje
goud vond het eigenlijk wel fijn dat ze niet zoveel werd gebruikt en in de koffer van de schilder bleef zitten. Ze hield niet zoveel van al die andere felle kleuren en ze bleef het liefst zitten in haar eigen veilige hoekje van de koffer. Ze was eigenlijk ook een beetje bang dat er andere kleuren door haar mooie goudkleur zouden komen. Dat ze er dan heel anders uit zou gaan zien en haar stralende kleur zou verliezen.
De andere kleuren wisten het op een gegeven moment wel dat
goud liever in haar eigen hoekje bleef. Ze lieten haar met rust.
Omdat ze ook wel eens jaloers op haar waren, omdat ze zo kostbaar was, maakten ze soms een nare opmerking tegen haar. Dat deden ze vooral als de schilder er niet was en ze hun gang konden gaan.
Goud doet het fout en is lekker stout” zeiden ze dan bijvoorbeeld.
Het kleurtje
goud was wat verlegen geworden omdat ze niet zo vaak uit de koffer kwam. Ze zei dan niets terug. Ze verborg zich alleen nog dieper in de schilderskoffer. Hoewel ze net deed alsof ze er niet was, voelde ze zich heel verdrietig.
Ze liet zich nog minder zien en zei dan tegen zichzelf: “Niemand vindt me aardig, ik ben stom.”
Op een dag was de schilder met de koffer en al zijn spullen naar buiten gegaan. Hij ging op een mooie plek zitten om te schilderen. Hij legde al zijn spullen naast zich neer op het
groene gras. De kleur goud werd ook uit de koffer gehaald. Ze lag daar in de warme zon te wachten of de schilder haar zou pakken om mee te schilderen. De andere kleuren waren al weer druk met elkaar aan het babbelen. Sommige kleuren liepen al naar elkaar toe om zich door elkaar te mengen en zo weer nieuwe kleuren te maken.
Goud voelde zich verdrietig worden omdat er niemand van de andere kleuren naar haar toe kwam.
Plotseling zag ze naast zich in het gras een prachtige
vlinder naast zich zitten. De vlinder had vleugels waar alle kleuren van de regenboog op zaten. De vlinder keek haar vriendelijk aan en zei: “Ik zie dat je verdrietig bent goud, is dat zo?” Goud slikte eens en zei dat het zo was. Ze vertelde dat ze zich vaak alleen voelde, dat ze dacht dat ze stom was en dat de andere kleuren haar soms pestten. De vlinder zei : “En dan denk je ook nog dat je zelf stom bent hè? Jammer voor je want dan ga je je nog veel verdrietiger voelen! Wees maar lief voor jezelf en zeg maar tegen jezelf dat je de moeite waard bent omdat je zo’n stralende bijzondere kleur bent. Net alsof er een zonnetje van binnen brandt, waar iedereen zich graag bij wil warmen en wil genieten van de bijzondere kleur!”
En prrrrt ………… weg was de vlinder.
Goud keek haar verbaasd na…. Was de vlinder er echt geweest of had ze gedroomd?
Ze keek om zich heen en zag alle andere kleuren die zo vrolijk met elkaar aan het spelen waren. Even voelde ze een steek van verdriet … OEPS … wat had de vlinder gezegd?
Misschien kon ze toch proberen om eens naar de andere kleuren toe te gaan en te vragen of zij mee mocht doen met hun spel. Altijd alleen in een hoekje zitten was ook niet leuk! Ze keek om zich heen of ze een kleurtje zag dat ze wel aardig vond. Ze zag de kleur
roze die haar wel aardig leek. Ook zag zij paars met wie zij wel eens zou willen spelen. En zo stapte ze uit haar veilige plekje de wereld in. Er waren andere kleuren met wie ze het best kon vinden, terwijl ze vroeger had gedacht dat ze saai waren.
Ze ontdekte dat
goud en roze of goud en paars of goud en lichtblauw heel mooi waren samen en dat er weer nieuwe nog onontdekte kleuren uitkwamen. Soms zeiden andere kleuren nog wel eens tegen haar: “Goud is fout,” of “goud is lekker stout”. Dan dacht ze weer snel aan wat de vlinder had gezegd.
“Nou, ik hoef ook niet met iedereen te spelen,” dacht ze dan. “Er zijn genoeg leuke andere kleuren die me wel aardig vinden. En ik vind mezelf ook de moeite waard, omdat ik straal alsof er van binnen een zonnetje brandt…….”