Hoe gaan we te werk:

Het is ten eerste zeer belangrijk om te weten dat enkel jij de beslissing kan nemen met jezelf in beweging te komen of niet! Wil ik geholpen worden of niet!

Als dit niet uit jezelf komt, heeft het geen enkel nut (kijk dan eens wat jou allemaal belemmert). Misschien kom je er later in je leven op terug.

Als het wel vanuit jezelf komt en je bent benieuwd naar de manier van werken, ontdek je dit hier.

We werken steeds rond een traject: dit kan bv. gevoelens waar je mee in de knoop zit , mama, papa, je paard, ex-partner, leerkracht, voedings problemen... enzoverder zijn.

Afhankelijk van jouw nood wordt er gecoacht met of zonder paard. Dit is geheel je eigen beslissing.

 We starten steeds met :

Intakegesprek en inleiding wat het coachingtraject inhoud . We gaan bekijken welke manier van werken het meest bij jou aansluit .

Geleide meditatie : het is een meditatie dat je kan bevrijden van jou onbewuste lasten . Het geeft je de mogelijkheid om angsten te gaan transformeren in liefde .Als je het toelaat in jou leven het te gaan toepassen . Jij hebt je eigen gouden sleutel in handen .

Afhankelijk van de duur van het intakegesprek en meditatie maken we de eerste start rond een traject.

We maken hier bewust contact met dingen die in ons zijn gaan doorwegen, pijnen en lasten die in ons systeem zitten en vaak van iemand anders zijn.

 

Groei is maar mogelijk wanneer de oude pijn gevoeld wordt, het gekwetste er-kend wordt en men voeling krijgt met het verlangen dat nooit ingevuld werd.

Zolang men vecht tegen het voelen van de pijn, blijft men gewapend en geraakt men niet in de positie van het-nog-niet-gewapend kind dat nodig heeft.

 Dit kinderlijk gemis kan maar verzorgd en geheeld worden wanneer het kind ook gehoord wordt en de kwetsuur onderkend wordt.

Voorbeelden

Voorbeeld A: “Ik kan het niet laten om de ene man na de andere te versieren.

Op het moment dat het ernstig wordt, verbreek ik de relatie. Op

die manier wil ik voelen dat ik graag gezien word”.

Het is pijnlijk om te voelen dat men niet graag gezien werd.

 

 

Voorbeeld B: op het Kretensisch terrasje zit aan het naburig tafeltje een

Duitser die eindeloos praat en zit uit te leggen aan zijn tafelgenoten die

duidelijk niet geïnteresseerd zijn en die er nauwelijks een woord tussen

krijgen. Zijn eindeloos (vervelend) gepraat is de vraag: “Luister naar

mij”.

Het is pijnlijk om te voelen dat er niemand is die luistert.

 

Voorbeeld C: “Al drie jaar heb ik met mijn man geen seks. Hij wil wel, ik

wil niet. Door neen te zeggen, dwing ik hem om respect te hebben voor

wat ik wil”.

Het is pijnlijk om te voelen dat men niet gerespecteerd wordt in wat men

wil.

 

Voorbeeld D: “Mijn baas waardeert niet dat ik mij inzet voor mijn werk.

Ik eis dat hij die inzet apprecieert door een extra vergoeding”.

Het is pijnlijk om te voelen dat er geen waardering was voor wat men

deed.

 

Voorbeeld E: “In een relatie neem ik zelf nooit initiatief, het initiatief

moet van de ander komen, zodat ik zeker ben dat ik gewenst ben”.

Het is pijnlijk om te voelen dat men niet gewenst is.

 

Voorbeeld F: Professor F. probeert in alle mogelijke commissies en verenigingen

een sleutelpositie te veroveren.

Het is pijnlijk om te voelen dat er met jou geen rekening gehouden

wordt.

Voorbeeld G: “Telkens als we ’t gezellig hebben, breekt mijn man dit af

en gaat hij nog even naar zijn vrienden. Ik voel me dan in de kou staan”.

Het is pijnlijk om te voelen dat er niemand is.

 

 

 

Voorbeeld H: “Ik durf me niet sexy te kleden, want dan trek ik te veel de

aandacht van mannen”.

Het is pijnlijk om te voelen dat er geen betrouwbare grenzen zijn.

Voorbeeld I: “In het contact met mensen trek ik een muur op en sluit ik

mij automatisch af ”.

Het is pijnlijk om te voelen hoe kwetsbaar men is wanneer men zich

open stelt.

Voorbeeld J: “Ik zal aan de wereld bewijzen dat ik de opvolger van Christus

ben”.

Het is pijnlijk om te voelen dat men voor niemand iets betekent.

Voorbeeld K: “Ik heb de ene passionele liefde na de andere nodig”.

Het is pijnlijk om te voelen hoe doods het leven is.

Voorbeeld L: “Alleen als ik de nodige antidepressiva neem, is het leven

doenbaar”.

Het is pijnlijk om te voelen hoe zinloos alles is.

Voorbeeld M: “Wanneer ik geen medicatie neem, word ik ’s nachts verkrampt

van angst wakker”.

Het is pijnlijk om te voelen hoe dreigend het bestaan is.

Voorbeeld N: “Je ziet me toch” is het leidmotief van de vrouw die per se

wil opvallen.

Het is pijnlijk om als kind niet gezien te worden.

 

Niemand heeft een ideale moeder of vader gehad; iedere reële vader of moeder heeft wellicht hier of daar een steek laten vallen. Iedereen wordt dus de baan opgestuurd met een leidmotief.

Onze opdracht in het leven is niet alleen om deze onvolkomenheden te verwerken of weg te werken,maar ook om het leven te accepteren zoals het is, met zijn onvolkomenheden,met zijn kronkels en zijn pijn.

Toch mogen we de consequenties van dit vechten tegen de pijn niet onderschatten en wel om drie redenen. Een eerste reden is dat dit gevecht ontzettend veel levensenergie kan opslorpen en op die manier de kwaliteit van iemands leven ernstig kan aantasten. Men investeert zijn tijden vitaliteit in dit onproductief en zinloos vechten; vitaliteit die anders  zou kunnen resulteren in genieten van het leven, in zinvolle activiteit, in levensgeluk, waardevolle verbondenheid en tevredenheid.

Denken we maar aan de eindeloze innerlijke dialogen die met een dergelijk vechten gepaard gaan. Deze verinnerlijkte dialogen kunnen zo hinderlijk en zo overheersend worden dat ze het hier-en-nu-beleven van de realiteit in de weg gaan staan.

“Ook toen ik op vakantie ging, bleef ik innerlijk bezig met discussies met deze vrouw en kon ik niet genieten van al het mooie en goede rondom mij”.

Het vechten gaat het leven beheersen en maakt ontspannen, tevreden rust en genieten onmogelijk.

“Voortdurend was ik bezig met de vraag of hij mij eigenlijk wel graag zag. Ook tijdens het vrijen spookte die vraag telkens weer door mijn gedachten. Op den duur werd daardoor ieder goed moment tussen ons verkorven en is onze relatie finaal op de klippen gelopen”.

Ten tweede zien we dat dit vechten vaak destructieve gevolgen heeft. De bedoeling van het leven is dat men zijn energie constructief gebruikt in functie van zijn eigen behoeften. Het resultaat is plezier hebben in het leven, genieten, tevredenheid en zingeving. Vaak zie je dat energie die gebruikt wordt in functie van een “oud thema” niet alleen niets oplevert voor de persoon, maar ook zijn geluk en levensvervulling in de weg gaat staan.

Dit vechten is destructief omdat men het gevecht op een verkeerd terrein levert. Het is het  kind in de volwassene dat iets gemist heeft, dat pijn lijdt en huilt en dat een antwoord moet krijgen. Ook al krijgt men als volwassene het juiste antwoord, dan nog wordt de kinderlijke kwetsuur niet geheeld. Het kind gaat dan een soort obstructie voeren, ten nadele zelfs van de volwassene. Wanneer een trein op een verkeerd spoor staat moet hij terug tot aan de wissel waar het fout is gegaan.

Veel “gevechten” die in gerechtshoven worden gestreden, zijn een voorbeeld van de intense destructiviteit die kan ontstaan uit kinderlijke gekwetstheid en gemis. Advocaten fungeren dan nogal eens als aanvoer-ders : hoe harder je vecht tegen de ander, hoe minder het huilend kind kan gehoord worden.

Ten derde mogen we dit vechten tegen het voelen van de pijn niet onderschatten omdat dit leidmotief een echt lijdmotief kan worden. Men voelt zich gevangen in een vicieuze cirkel van missen, zoeken, hopen dat het deze keer lukt, moeite doen om te slagen en toch weer mislukken.

Het is soms erbarmelijk om te zien hoeveel menselijk lijden dit meebrengt, lijden voor de persoon zelf of voor zijn omgeving.

 

 

De prijs die je betaalt is dat je als  kind niet gehoord wordt en dat je huilen dus ook niet gehoord wordt = een  signaal van kinderlijk gemis.

 

Verdriet wordt in de kiem gesmoord omdat men te kwetsbaar is. Dit is het dilemma waarmee iedere cliënt in zijn therapeutisch proces geconfronteerd wordt: in de menselijke relatie met de therapeut datgene aan bod laten komen wat kwetsbaar en pijnlijk is, met enerzijds het gevaar dat men opnieuw teleurgesteld en gekwetst wordt en met anderzijds de kans dat het oude patroon doorbroken wordt en men eindelijk vindt wat men nodig heeft.

Wie garandeert mij (als cliënt) dat ik ook in de therapeutische relatie niet opnieuw zal gekwetst worden?”

 

 Als therapeut moet men beseffen dat de cliënt worstelt met dit dilemma, en dat dit geduld vraagt. Therapeut zijn betekent: geduldig aanwezig blijven bij het zoekproces waar de cliënt in zijn leven mee bezig is, en waarbij hij de therapeut als kompaan engageert. Je lost deze worsteling niet op door therapeutische protocollen, iets wat dezer dagen erg in de mode is. Nu in de mode, en straks in de uitverkoop. Binnen 10 of 20 jaar zullen we meewarig glimlachen als we terugkijken naar deze modetrend.

Emotionele groei is maar mogelijk binnen een kader dat veiligheid biedt en respectvol is, ook voor de aarzelingen en de angst van de cliënt. Leven betekent onvermijdelijk: kwetsuren oplopen.